Nieuws

Smart Lighting: steden experimenteren met Open Data Principes

Smart Lighting is onomkeerbaar. Maar de implementatie van slimme technologie in de openbare verlichting roept vragen op. Over privacy, datagebruik en verantwoordelijkheden. Ruimte en Licht publiceerde hierover een interview met Daan Corver, Marte van Graafeiland, Jeroen Naves en Louisa Engels van advocaten- en notarissenkantoor Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn in Den Haag.

  1. Steeds meer steden doen mee aan de Open Data Principes, wat houden die in en waarom zou je daar als gemeente aan mee moeten doen? 

De twee verantwoordelijke wethouders van de gemeente Amsterdam en de gemeente Eindhoven hebben zich in 2017 geschaard achter een viertal principes die volgens hen moeten gelden voor het gebruik van de digitale infrastructuur van een stad. Kort gezegd komt het erop neer dat data verzameld via sensoren in de openbare ruimte (sensordata) voor iedereen beschikbaar, toegankelijk, toekomstbestendig en veilig moetenzijn.  Daarnaast moeten de data technisch en organisatorisch beschikbaar zijn voor alle partijen die zewillen gebruiken, waarbij transparantie, privacy en controle voor en door de bewoners moet zijn gewaarborgd. Tot slot is het openstellen van die data ook belangrijk om innovatie te bevorderden. Op dit moment overwegen ook andere gemeenten in Nederland om deze principes over te nemen. 

Steeds meer gemeenten beginnen te experimenteren met deze principes. Ze ondervinden op die manier wat wel en niet werkt en vooral wat ze wenselijk vinden en waar ze een grens willen trekken. Zo kunnen ze uiteindelijk de geleerde lessen vertalen naar concrete spelregels. Zaak is wel hierbij telkens de toepasselijke ‘juridische ondergrens’ in kaart te brengen en in acht te nemen. Experimenteren biedt soms enige ruimte, maar zeker waar het aankomt op de verwerking van persoonsgegevens dient goed nagedacht te worden over de wijze waarop experimenten worden vormgegeven.  

 

  1. Waar ziet u de grootste uitdaging op juridisch vlak als slimme verlichting op grote schaal toegepast wordt? 

Een eerste grote uitdaging ziet op de vraag wie de data die worden verzameld nu mag gebruiken. Geef je dit recht aan de partij die de verlichting exploiteert? Of juist aan de burger op wie de data betrekking hebben? Wil jij als gemeente zelf de data afnemen? Of komen de data juist vrij beschikbaar? Iedere keuze heeft zijn voor- en nadelen. Als gemeente zul je een beleidsmatige keuze moeten maken, maar ook juridische maatregelen moeten treffen, welke optie je ook kiest. Het is niet mogelijk om eigenaar van data te  zijn. Je zult dus contractuele afspraken moeten maken over wat de partij die de lichtmasten exploiteert wel of niet mag met de data. Doe je dat niet, dan is die partij in beginsel vrij om te doen wat zij wil. 

 

De tweede uitdaging hangt samen met de gevolgen van opschaling wanneer de proeffase succesvol afgerond is. In onze ervaring wordt hier bij de start van een living lab, proeftuin of pilot niet altijd voldoende bij stilgestaan. Dan kan het zijn dat je alsnog tegen een aanbestedingsplicht aanloopt, waardoor een onderhandse vervolgopdracht aan de partij waarmee je al in zee was gegaan onrechtmatig wordt vergeven, met alle risico’s van dien. Dit zijn juist zaken waar je vooraf over na moet denken bij de keuze van eventuele samenwerkingspartners en de aanbestedingswijze en invulling van de contractuele aanspraken. 

 

  1. Is de nieuwe Europese privacywetgeving (Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)) die per 25 mei 2018 geldt van toepassing op slimme verlichting? 

De AVG komt onder meer in beeld als er op digitale wijze persoonsgegevens worden verwerkt. Het begrip persoonsgegevens is heel ruim, zo is daar al sprake van bij wifi-tracking en aanverwante activiteiten. Afhankelijk van de exacte toepassing van slimme verlichting zou de AVG dus van toepassing kunnen zijn. Indien de AVG van toepassing is moet je nadenken over vragen als: 

  • Welke partij of partijen zijn verantwoordelijk voor de naleving van de AVG? (De zogenaamde ‘verwerkingsverantwoordelijken’.) 

  • Is er een grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens? (Is dat bijvoorbeeld noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang?) 

  • Moeten de personen over wie persoonsgegevens worden verwerkt worden geïnformeerd en zo ja, waarover en hoe? 

  • Hoe lang mogen de persoonsgegevens worden bewaard?  

  • Wordt er een partij ingeschakeld waarmee een verwerkersovereenkomst moet worden gesloten? (Bijvoorbeeld  de leverancier.) 

 

  1. Zijn gemeenten juridisch klaar voor het werken met data uit de openbare ruimte? 

Ons valt op dat eigenlijk alle gemeenten zich inmiddels goed bewust zijn van de kansen van werken met data uit de openbare ruimte. Hoe zij daarmee omgaan verschilt erg per gemeente. Sommige gaan voortvarend te werk zonder vooraf alle risico’s in te kaderen, terwijl andere gemeenten zich juist onnodig laten remmen door  mogelijke risico’s. Onze ervaring is dat als je bij het begin van een project of een pilot al over de juridische mogelijkheden en onmogelijkheden nadenkt, dit de kans van slagen van het project ten goede komt. 

 

  1. Hoe kan een gemeente zich juridisch voorbereiden als het met slimme objecten in de openbare ruimte te maken gaat krijgen? 

Vaak denken gemeenten wel aan onderwerpen als privacy en data. Wij zien in de praktijk dat veel smart city-projecten echter ook andere juridische vragen met zich brengen. Denk daarbij aan: 

  • de aanbestedings- en staatssteunrechtelijke vragen die spelen bij publiek-private samenwerkingsvormen; 

  • de contracteringsvraagstukken die spelen bij dergelijke samenwerkingen, waaronder de vraag aan welke partij(en) de intellectuele eigendomsrechten toekomen op de smart city-infrastructuur; 

  • de financiering van het smart city-initiatief en de eventuele subsidierechtelijke vragen die daarmee samenhangen; 

  • de omgevingsrechtelijke vragen, die spelen bij veel verschillende facetten van het bouwen van de smart city; 

  • de mogelijkheid om bij het gebruik van nieuwe technieken te experimenteren met wet- en regelgeving, zoals op het gebied van openbare orde. 

Het is zaak telkens goed in kaart te brengen welke ruimte de geldende Europese en nationale wet- en regelgeving bieden bij het uitvoeren van een smart city-aanpak en om de gemaakte afspraken hierover eenduidig vast te leggen. 

 

Als kantoor proberen wij ook een steentje bij te dragen om de gemeenten juridisch klaar te stomen, onder meer door het organiseren van roundtables. Tijdens de eerste roundtable – afgelopen januari – bleek dat er nog veel vragen zijn; wat zijn data nu eigenlijk vanuit een juridisch perspectief, en wiens eigendom zijn ze? Wat wil en kan de overheid reguleren op dit vlak en hoe pas je de bestaande wetgeving en juridische kaders ten aanzien van privacy en security van data praktisch toe in deze context? Maar ook de vraag hoe de publieke belangen, de individuele belangen (autonomie) en de commerciële belangen gewaarborgd kunnen worden. Genoeg stof dus voor volgende roundtables.


Meer informatie van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn over dit onderwerp vindt u op deze LinkedIn showcasepagina en via een voorbeschouwing op de workshopmiddag Smart City.




Deel dit artikel