Blog

De Evolutie van de Lichtmast

Hoe een ijzeren malloot ons bestaan gaat bepalen.

Ik hoef het u niet te vertellen: we weten allemaal uit de geschiedenisboekjes en de films uit het Charles Dickens repertoire hoe we vroeger straatlantaarns met een kaars ontstaken, later werden het gaslantaarns, totdat Thomas Alva wakker werd en ons de gloeilamp verschafte. Maar wat is er sinds die tijd aan de lichtmast veranderd? Helemaal niets. Oké, de mast is verder gepolijst of fraai vormgegeven, de gloeilamp wordt vervangen door de LED.


Maar verder? Niente, nada, noppes. Op dit moment zijn we drukdoende om telemanagement in te voeren. We willen immers de energiedoelstellingen halen en ja, dan is Openbare Verlichting toch opeens een energieslurper met meer dan 3 miljoen lichtmasten in Nederland. Maar dan nog verandert er niets aan die lichtmast met een lichtbron.

We kunnen opeens slim schakelen of dimmen of misschien de kleur wijzigen. Evolutionair? Nauwelijks. Momenteel maken we ons vooral zorgen of we niet het verkeerde systeem kiezen, als de dood voor kreten als “locked-in” of met de herinnering aan de VHS video-versus Betamax-versus V2000 nog in gedachten. In eerdere blogs heb ik al eens geroepen: maakt niet uit, doe wat!

Met een technische horizon van tien jaar kan je heel wat besparen en leer je om te gaan met innovatie. Aarzelend komen er nu standaarden op de markt zoals de Zhaga connector die een verdere interoperabiliteit mogelijk maakt. Maar is er met telemanagement iets veranderd daarmee aan het wezen van de lichtmast ? Niente, nada, noppes. O wacht, we hangen er antennes in. We maken er een Humble Lamppost van.

We laten slimme designers nieuwe masten ontwerpen waar een tv scherm in is geïntegreerd en wij, kleumend van de kou in de regen, kunnen zien dat de busdienst 10 minuten later voor onze voeten neerstrijkt. Of we voegen camera’s toe, of sensoren. We zijn nu slim bezig toch? Maar bovenop staat nog steeds fier dat brandende armatuur met zijn oververhitte voorschakelapparaat en voorziet ons nog steeds gewoon heel basaal van licht. Een paal met een lampje, dat zorgt voor licht.

Intussen breken we ons hoofd over dat “mede-gebruik van de lichtmast”. Het heeft namelijk nogal wat gevolgen voor eigendomsverhoudingen, servicelevels en aansprakelijkheden als we er sensoren, camera’s of antennes in hangen. We zijn Nederlanders immers niet waar? Eerst het zuur dan het zoet. Weer is er niets veranderd aan de functie van de lichtmast uit de oudheid.


We zullen zien dat het karakter en doel van de lichtmast pas verandert als we zien dat dat lampje een andere functie krijgt. We gingen van kaars naar gloeilamp en van gloeilamp maar Led. Maar nu? Tsja en nu komt het: we staan aan de vooravond van LiFi. Geen Wifi maar LiFi. De Led in het armatuur wordt niet langer slechts een lichtbron maar wordt een zender van lichtsignalen. Kijk, dan verandert er opeens heel erg veel.

Door de led op een enorm hoge frequentie te laten knipperen, zo snel dat ons oog dat niet ziet, zijn we in staat om draadloze communicatie niet langer via het elektro-magnetisch radiospectrum te verzorgen, maar via zichtbaar licht. De Light Emitting Diodes zijn namelijk in staat om heel snel te schakelen en hiermee bandbreedte tot in de vele Gigabits per seconde te transporteren. En het mooie is: de signalen kunnen niet gestoord worden en ondervinden geen hinder van al die radiosignalen.

Ik voorspel u, met de komst van Internet of Things, met de komst van 5G, met de uitbreidingen die ons met Wifi en allerlei andere technieken te wachten staan, zal congestie en interferentie van radiosignalen sterk toenemen. Maar licht heeft daar geen last van! Uiteraard zijn er beperkingen, maar die zijn voor de strekking van dit verhaal niet interessant en zeker niet in de openbare ruimte.

En nu vraag ik u even mee te denken: als straks al die lichtmasten lekker onzichtbaar staan te knipperen en zij als het ware één rail-systeem - gelijk aan een spoorweg – vormen, dan kunnen we in één klap onze openbare ruimte herdefiniëren. Elektrische auto’s worden aangestuurd door onze knipperende lichtmast en zullen voor het massavervoer vervangen worden door eenmansvoertuigen die geruisloos voortglijden, aangestuurd door mega-computers, files worden voorkomen, reistijden liggen vast, ongelukken zijn uitgesloten, de inrichting van steden verandert, de kwaliteit van leven neemt toe, geen uitlaatgassen, vervoer on demand, de ultieme Uber.

LiFi, ja heus. We hadden een kaars, het werd een gloeilamp, we persten er nog een Led uit, maar het hoofddoel van de lichtmast wordt communicatie. Niet door radio-antennes, maar door zichtbaar licht, gewoon uit de lamp zelf. Het is geen toekomstmuziek. Het werkt al.

Nu alleen de visionaire gemeenten vinden die proeftuinen willen inrichten om deze totaal nieuwe vorm van transport verder te ontwikkelen. Uhh…eerst dan maar even 24/7 spanning op die lichtmasten en op sommige plekken een glaskabeltje. Regeren is vooruitzien, toch? Ik schreef al in eerdere blogs: probeer niet een allesomvattend project te creëren, want alles in één keer overzien lukt toch niet. Maak het plat, sla het klein en doe wat. “Maar hoe zit dat dan met telemanagement?”, hoor ik u denken. “We willen de lampen aan- zetten, uitzetten, of dimmen.” Ja, we zullen andere voorschakelapparaten gaan krijgen, maar LiFi kan zoveel, dat het zelfs nog werkt bij een Led die geheel uit lijkt te staan.

Als we straks alle voertuigen met LiFi kunnen laten rijden, waarbij we dankbaar iedere lichtmast passeren, rest ons nog één laatste verandering: weg met die rubberbanden, die bijdragen aan alle luchtvervuiling van het moment, maar waar je merkwaardig genoeg niemand over hoort. Zou de lichtmast na LiFi nóg een nieuwe rol kunnen krijgen? Zou licht straks de zwaartekracht op kunnen heffen? Gaat de lichtmast daar ook nog een rol in spelen? Ik zie u lachen, maar we weten nog steeds niet wat we moeten met het feit dat licht zowel deeltjes als golfjes zijn, maar nooit beiden tegelijk.

Einstein brak zijn hoofd er al over. En velen met hem nog steeds. Ik voorspel u: de lichtmast is zo dom nog niet en gaat ons nog veel brengen. Ik kijk met bewonderende ogen naar die ijzeren malloot naast mijn huis die de straat en de plantsoenen verlicht. De lichtmast bezorgt ons de grootste en nieuwste revolutie die we maar kunnen verzinnen. Het plaatje van mijn nieuwe eenmansauto heb ik maar even bijgevoegd. Om u een idee te geven. Maar het lampje moet bij ons zelf nog even gaan branden.

Deel dit artikel